Insecten en vogels

Insecten in de tuin zorgen voor een ecologisch evenwicht. Bijen, hommels en vlinders zijn verantwoordelijk voor het bestuiven van bloemen van groenten, fruitstruiken en -bomen. Welkome gasten dus. Andere insecten zoals spinnen, pissebedden, oorwurmen en duizendpoten lijken veel minder aantrekkelijk. Maar ook deze diertjes kunnen zich nuttig maken in uw tuin. Ze zijn van levensbelang om uw grond in goede conditie te houden. 

Voedsel: 

Bijen, hommels en vlinders lokt u met de planten die veel nectar bevatten. Bijen zijn gek op beemdkroon, kattekruid, bergamot en zilverkaars. Hommels bezoeken graag uw tuin als er vingerhoedskruid, salie, wilde marjolein, munt en smeerwortel in staat. En vlinders komen vanzelf als u vlinderstruiken, lavendearialal, koninginnekruid, herfstaster en hemelsleutel plant.

Voortplanting:

Eenmaal gelokt, dan blijven de insecten in de tuin als u zorgt voor voldoende nestgelegenheid. Solitaire bijen hebben een holle ruimte van een bamboestok of rietstengel nodig om eitjes te leggen. Vlinders hebben de juiste waardplanten nodig om eitjes te leggen. De rupsen die uit de eitjes kruipen zullen meteen van de waardplant eten. En hommels bouwen hun nest op of onder de grond, vaak gebruiken ze oude muizenesten. Voor hen zijn daarom rommelige hoekjes waar u niet steeds schoffelt of spit noodzakelijk. Voor insecten is een schuilplek in de tuin belangrijk. Dat kan een boom zijn, maar ook de kieren van het tuinhuisje worden gebruikt door keine insecten. Een takkenril of -wal in de tuin is helemaal ideaal, aan alle kanten kunnen de insecten zich verstoppen en overwinteren.

Overwinteren:

Insecten overwinteren in uitgebloeide plantenstengels en afgevallen blad en zijn op hun beurt weer voedselbron voor vogels en andere dieren. Ruim uw tuin in de herfst dus niet helemaal op maar laat wat blad, plantenstengels en takjes liggen. Een aantal vlinders zijn trekvlinders. Als het kouder wordt, vliegen ze naar het zuiden om te overwinteren. De rest overwintert hier als rups, eitje of pop. Alleen de citroenvlinder, kleine vos, gehakkelde aurelia en dagpauwoog kunnen ook als vlinder op een vorstvrije plek de winter doorkomen. In het voorjaar zijn dat de eerste vlinders die u ziet vliegen.